Poëzieweek 2026: Er moeten mensen zijn
Van 29 januari tot en met 4 februari vieren we ook bij Stadsklooster Haarlem de Poëzieweek 2026. Het thema dit jaar is metamorfose: verandering als een onlosmakelijk onderdeel van het leven. Alles is in beweging – in de natuur, in de samenleving en in onszelf. Soms zichtbaar en groots, soms stil en bijna onopgemerkt.
Poëzie kan helpen om die veranderingen te vertragen en aandacht te geven. Zij nodigt uit tot kijken met andere ogen, tot verwondering en tot het vinden van betekenis in wat zich aandient. Dat past bij wie wij als Stadsklooster willen zijn: een plek van ontmoeting, bezinning en verbeeldingskracht.
Daarom delen we tijdens deze Poëzieweek het gedicht Er moeten mensen zijn van Toon Hermans. In warme, speelse woorden beschrijft hij mensen die licht maken waar het donker is, die blijven dansen in de regen en telkens opnieuw opstaan. Het is een gedicht dat uitnodigt tot mildheid, tot hoop en tot betrokkenheid bij elkaar – waarden die resoneren met ons als Stadsklooster Haarlem.
Er moeten mensen zijn
die zonnen aansteken,
voordat de wereld verregent.
Mensen die zomervliegers oplaten
als het ijzig wintert,
en die confetti strooien
tussen de sneeuwvlokken.
Die mensen moeten er zijn.
Er moeten mensen zijn
die aan de uitgang van het kerkhof
ijsjes verkopen,
en op de puinhopen
mondharmonica spelen.
Er moeten mensen zijn,
die op hun stoelen gaan staan,
om sterren op te hangen
in de mist.
Die lente maken
van gevallen bladeren,
en van gevallen schaduw,
licht.
Er moeten mensen zijn,
die ons verwarmen
en die in een wolkeloze hemel
toch in de wolken zijn
zo hoog
ze springen touwtje
langs de regenboog
als iemand heeft gezegd:
kom maar in mijn armen
Bij dat soort mensen wil ik horen
Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
Er moeten mensen zijn
die op het grijze asfalt
in grote witte letters
LIEFDE verven
Mensen die namen kerven
in een boom
vol rijpe vruchten
omdat er zoveel anderen zijn
die voor de vlinders vluchten
en stenen gooien
naar het eerste lenteblauw
omdat ze bang zijn
voor de bloemen
en bang zijn voor:
ik hou van jou
Ja,
er moeten mensen zijn
met tranen
als zilveren kralen
die stralen in het donker
en de morgen groeten
als het daglicht binnenkomt
op kousenvoeten
Weet je,
er moeten mensen zijn,
die bellen blazen
en weten van geen tijd
die zich kinderlijk verbazen
over iets wat barst
van mooiigheid
Ze roepen van de daken
dat er liefde is
en wonder
als al die anderen schreeuwen:
alles heeft geen zin
dan blijven zij roepen:
neen, de wereld gaat niet onder
en zij zien in ieder einde
weer een nieuw begin
Zij zijn een beetje clown,
eerst het hart
en dan het verstand
en ze schrijven met hun paraplu
i love you in het zand
omdat ze zo gigantisch
in het leven opgaan
en vallen
en vallen
en vallen
en OPSTAAN
Bij dát soort mensen wil ik horen
die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen
ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan
de muziek gaat DOOR
de muziek gaat DOOR
en DOOR
Toon Hermans
Het gedicht laat zien dat metamorfose vaak begint bij kleine, menselijke gebaren: aandacht, verbeelding, liefde. Precies daar sluiten de activiteiten van Stadsklooster Haarlem bij aan. Tijdens de Poëzieweek creëren we ruimte om samen stil te staan, te delen en te onderzoeken hoe verandering ons raakt – persoonlijk en gezamenlijk.
Na het lezen van dit gedicht nodigen we je uit om verder te kijken op onze website en aan te sluiten bij activiteiten die passen bij het thema metamorfose: momenten van ontmoeting, verdieping en creativiteit, waarin woorden, stilte en verbeelding samenkomen.