Column: Winteren
Bij Stadsklooster Haarlem laten we je graag meekijken door de ogen van onze collega’s, vrijwilligers en gasten. Zij ervaren de activiteiten vaak op een heel persoonlijke manier: soms ontroerend, soms luchtig, maar altijd vanuit betrokkenheid. In deze verhalen delen zij wat hen raakte, inspireerde of verraste.
In deze column neemt Tamara je mee in haar persoonlijke verhouding tot de winter. Over vertragen, verzet loslaten en ontdekken wat er ontstaat wanneer je het seizoen niet probeert te overwinnen, maar toelaat. Een reflectie op winteren als uitnodiging tot aandacht en zachtheid.

Winteren gaat mij niet vanzelf af. Ik ben iemand van licht en warmte, van groene bomen en zomerse bloemen. Van zonder jas de deur uit, blote voeten in het gras, de zon die sproetjes op mijn gezicht tovert en blonde lokken in mijn haar achterlaat.
De lente en de zomer sluiten daar moeiteloos bij aan, maar de winter vraagt iets anders van mij: vertraging, naar binnen keren, het tempo loslaten dat ik zo gewend ben. En precies daar schuurt het. Niet omdat ik het nut ervan niet zie, maar omdat mijn verlangen vaak al vooruitloopt naar wat nog moet komen. Werkelijk in het hier en nu zijn, met alles wat er is, blijkt soms mijn grootste uitdaging.
Toch merk ik ieder jaar opnieuw dat verzet de winter niet korter maakt. Hoe meer ik blijf wachten op langere dagen en zachtere lucht, hoe eindelozer januari lijkt te duren (zitten er in deze maand soms zestig dagen?). Pas wanneer ik bereid ben te blijven waar ik ben, ontstaat er ruimte om anders te kijken. Niet vanuit gemis of verlangen, maar vanuit aandacht. Wat vraagt dit seizoen eigenlijk van mij?
Langzaam ontdekte ik dat kleine rituelen daarin een sleutel vormen. Geen grootse veranderingen, maar eenvoudige momenten die de dagen structuur en zachtheid geven. Een kaars aansteken in de ochtend, nog voordat de wereld goed en wel op gang is. Tijd nemen voor een bijzondere thee, met beide handen om de mok, terwijl buiten de kou hangt en binnen de ramen beslaan. Een wandeling zonder bestemming, om te zien hoe de winter het landschap terugbrengt tot de essentie: kale bomen, stille lucht, een helderheid die in andere seizoenen zeldzaam is. Een winterplaylist samenstellen, met muziek die je omhult als een warme deken. Met een fijn boek onder een plaid kruipen en genieten van het ‘even niets moeten’ terwijl de regen met bakken uit de lucht valt.
Die rituelen helpen me de winter niet alleen te verdragen, maar werkelijk te ervaren. Ze verschuiven mijn blik van wat er ontbreekt naar wat er aanwezig is. Naar de schoonheid van verstilling, van een natuur die rust en zich voorbereidt op wat komen gaat. Naar het besef dat waar de zomer energie en aantrekkingskracht naar buiten uitoefent, de winter uitnodigt tot cocoonen, tot zachtheid en rust (waar ik stiekem best van geniet). Winteren blijkt dan geen periode die overwonnen moet worden, maar een uitnodiging om mee te bewegen met een ander ritme.
Misschien hoef ik de winter daarom niet lief te hebben zoals ik de lente liefheb. Het is al genoeg om hem toe te laten, hem serieus te nemen in wat hij brengt. In die overgave ontstaat iets onverwachts: rust, helderheid en soms zelfs waardering. En dat is misschien wel precies wat deze tijd van mij vraagt.